EPC
Het verduurzamen van je werking en infrastructuur is niet geheel vrijblijvend, een mooi voorbeeld is de energieprestatieregelgeving.
Opstellen EPC: belangrijke data
Niet-residentiële gebouwen moeten tegen 2050 koolstofneutraal zijn, ook jeugdverblijven vallen onder deze verplichting. Om dat doel te bereiken, wordt de wetgeving stap voor stap strenger. Vandaag geldt reeds een renovatieverplichting voor alle niet-residentiële gebouwen bij het verlijden van de authentieke akte voor verkoop, erfpacht of opstalrecht. Die gebouwen moeten binnen de vijf jaar specifieke energiebesparende maatregelen realiseren. Maar er is meer. Bij overdracht en verhuur moet er ook een energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen opgemaakt worden.
Vanaf 1 januari 2025 moet elk jeugdverblijf met een vloeroppervlakte groter dan of gelijk aan 1 000 m² over een EPC NR beschikken en vanaf 1 januari 2026 is een EPC NR voor elk jeugdverblijf verplicht. Een uitzondering geldt voor jeugdverblijven met een vloeroppervlakte kleiner dan of gelijk aan 500 m², zij kunnen de keuze maken tussen het 'gewone' EPC NR of een EPC kNR (zie verder). Indien gekozen wordt voor een EPC kNR, moet men hierover beschikken tegen 1 januari 2030.
Noot: de vloeroppervlakte wordt bepaald per gebouweenheid. Hierdoor kunnen verschillende gebouwen gelegen op hetzelfde domein een andere deadline hebben. Ben je in dat geval? Dan check je best wat het meest voordelig is: de EPC's opstellen op basis van de deadline of alle EPC's samen opstellen tegen de eerstvolgende deadline, want de kostprijs ervan is afhankelijk van verschillende factoren (zie verder).
Inhoud EPC kNR en EPC NR
Een EPC kNR heeft een sterke gelijkenis en verwevenheid met het EPC van residentiële gebouwen. Het EPC kNR wordt bepaald op basis van berekeningen, heeft eigen renovatie- en prestatie-eisen en is 10 jaar geldig. Het EPC NR bestaat uit een energielabel en een energiescore en is vijf jaar geldig. Het energielabel geeft weer wat het aandeel hernieuwbare energie is ten opzichte van het totale energieverbruik, terwijl de energiescore de energie-efficiëntie in kaart brengt. Daarnaast bevat het certificaat ook aanbevelingen die je moeten helpen bij het energiezuiniger maken van het gebouw. Het energielabel van een EPC NR wordt bepaald op basis van metingen en verschilt dus met het label van een EPC kNR.
Minimale labelplicht
Tegen 2030 moet een jeugdverblijf met een EPC kNR een label D (in een gebouw met meerdere eenheden of in gesloten bebouwing) of label E (in open of halopen bebouwing) halen. Een jeugdverblijf met een EPC NR moet tegen 2030 minstens een energielabel E hebben. Voor een EPC NR wil dit zeggen dat er minstens 5 % hernieuwbare energie aanwezig moet zijn. Kortom: aan een energielabel hangen altijd minimale prestatie-eisen vast.
Aan de slag
De opmaak van een EPC is de verantwoordelijkheid van de eigenaar, erfpachter, opstalhouder of de gevolmachtigde. Die moet een energiedeskundige aanstellen.
Een lijst van energiedeskundigen en hoe je het bezoek van zo'n energiedeskundige best voorbereidt, vind je terug in de startkaart van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap. Uit de eerste ervaringen blijkt alvast dat het verzamelen van verbruiksgegevens van minstens één kalenderjaar vereist is om een betekenisvol label te kunnen bepalen. Daarom is het plaatsen van voldoende energiemeters cruciaal. De startkaart helpt je ook daarbij op de goede weg.
Omdat de kostprijs voor een EPC varieert volgens de grootte en de complexiteit van het gebouw, worden best diverse offertes opgevraagd. Maar prijs is uiteraard niet de enige parameter. Het is minstens even belangrijk dat de energiedeskundige je goed adviseert op langere termijn. Wie het bezoek van de energiedeskundige ervaart als een echte meerwaarde, mag dit delen via info@cjt.be. Zo kunnen we andere uitbaters misschien helpen in hun zoektocht.